Annet Wood

Beeldend Kunstenaar

Bezwaar naar reclame Code Commissie

10 juni, 2016 - 08:13 -- Annet Wood

In verband met de wet op de privacy zijn een aantal namen weggelaten of gefingeerd weergegeven

 

Aan de voltallige Reclame Code Commissie
Postbus 75684
1070 AR  AMSTERDAM

Onderwerp: bezwaar besluit dVAF2016/00445 d.d. 1 juni 2016

Berkhout, 9 juni 2016

Geachte leden van de commissie,
hierbij teken ik bezwaar aan tegen het besluit van de Stichting Reclame Code om mijn klacht over de gang van zaken zoals is vermeld op de website www.orgaandonatie.nu en door de overheid als dusdanig wordt gepromoot, af te wijzen.
Uw commissie dient klachten te behandelen zonder aanzien des persoon. Het is uw taak om te oordelen of de verstrekte informatie in een reclame-uiting  juist is, ook als deze informatie in de wet staat geschreven. Onze overheid staat in deze niet boven de wet en zal een onafhankelijke toetsing moeten kunnen doorstaan. Als blijkt dat het tegendeel van het door hen vermelde waar is dan is het aan uw Commissie om hierover uitspraak te doen evenals u dat bij andere onderzoekszaken doet. De rechterlijke macht controleert in Nederland of  bij een incident overeenkomstig of strijdig met de wet is gehandeld, uw Commissie oordeelt of een bedrijf of een (Overheid)-instantie de gedane uitspraken tijden een reclame uiting kan nakomen of waarmaken.

-          Ik verzoek u te beoordelen of de overheid juiste informatie verstrekt op de genoemde website over het moment waarop de orgaandonatie plaatsvindt, dus ná het overlijden en of de informatie dat het donorregister ná het overlijden wordt geraadpleegd correct is.
-          Of juist niet correct is zoals ik beweer, orgaandonatie vindt plaats voor het overlijden en de raadpleging van het donorregister vindt plaats voor het overlijden.
-          Of concludeert u mogelijk dat de overheid en andere instanties die orgaandonatie promoten een betere uitleg horen te geven over het begrip “orgaandonatie na het overlijden” en behoren uit te leggen waarom er geen narcose wordt gegeven, terwijl de donor nog niet werkelijk is overleden. Houdt u daarbij vooral in het oog dat de gemiddelde burger niet weet dat er een andere betekenis aan de dood is gegeven door overheid en medici. De burgers vertrouwen erop dat ze echt zijn overleden als ze doneren en niets meer kunnen voelen bij de uitname-operatie. Iets wat helaas lang niet altijd waar blijkt te zijn.

Ter inleiding
Orgaantransplantatie is algemeen mogelijk geworden na de Tweede Wereldoorlog. Het bleek echter niet mogelijk om organen te gebruiken van mensen die waren overleden, de organen dienden vitaal te zijn en tot aan het einde van de uitneemoperatie te worden voorzien van zuurstofrijk bloed. Nadat in 1967 in Zuid Afrika de eerste harttransplantatie met succes was uitgevoerd maakte de transplantatiekunde een enorme groei door. Het probleem was om aan vitale organen te komen. Gedurende de Tweede Wereldoorlog had de kamparts Joseph Mengele in Austerlitz zich bezig gehouden met medische experimenten op levende mensen. Hij wordt er van verdacht organen te hebben verwijderd uit levende mensen en dat zonder narcose. Wereldwijd werd zijn handelen door de medici met afschuw veroordeeld.
Nu stonden de medici voor een enorm dilemma, ook zij hadden organen nodig uit levende lichamen om succesvol te transplanteren. Wettelijk was het niet toegestaan om enkelvoudig aangelegde organen te verwijderen bij levende mensen. Meervoudig aanwezige organen zoals de nieren vallen niet onder deze wetgeving.

In 1968 kwam aan de medische faculteit Harvard (USA) een groep van medici, rechters en filosofen bijeen en bedachten een manier om de dood te herschrijven. De term hersendood werd ontwikkeld en aan die dood werd een definitie gegeven. De definitie  = indien iemand hersendood is, dan is hij dood=  werd door hen vastgesteld. Hiermee konden orgaanuitnames bij levende mensen plaatsvinden zonder dat de artsen schuldig werden gevonden aan moord.
zie bijlage pagina 8 van publicatie “The Nasty side of Organ Transplanting”
In Nederland is de wetgeving hierop aangepast. De Wet op Orgaandonatie is op 24 mei 1996 ingegaan.

Iemand waarvan wordt verondersteld dat hij/zij hersendood is kan worden doodverklaard op basis van de uitkomsten van het hersendoodprotocol, maar is dan niet werkelijk overleden.
Het verschil in doodverklaren en werkelijk overlijden is de basis van mijn klacht over de op de website vermeldde tekst.

(gedeelte I.v.m. privacy weggelaten)

Door nu het begrip doodverklaring gelijkwaardig te stellen aan overlijden wordt een andere waarheid weerspiegeld dan de feitelijke waarheid. De overheid gaat zelfs zo ver dat zij in de Wet op Orgaandonatie het lichaam van een nog levende aanstaande donor omschrijft als stoffelijk overschot. Een stoffelijk overschot is echter de omschrijving van een overleden lichaam, een lijk om het zo maar te duiden. Het lichaam van iemand die nog niet is overleden is per definitie nooit een stoffelijk overschot. Voor het behandelen van een stoffelijk overschot gelden van rechtswege andere maatregelen (wet op de lijkbezorging). 
Een beoogde orgaandonor leeft gewoon verder met behulp van kunstmatige ademhaling en krijgt via infusen alle benodigde vloeistoffen, medicijnen en wat verder noodzakelijk is toegediend.

Een mens doodverklaren op basis van de veronderstelling dat iemand hersendood is en toch nog leeft is bevreemdend. Een patiënt wordt dood verklaard maar er wordt geen overlijdensverklaring afgegeven (zie beschrijving zaak xxxx pagina 124 t/m 126 boek “Wat je over orgaandonatie zou moet weten” Ger Lodewick). Alle wettelijke verplichtingen gaan gewoon door en het ziekenhuis stuurt de nota voor de peperdure verpleging op IC aan de ziektekostenverzekering, waarna deze verzekering dit gewoon betaalt. Soms kunnen die kosten aardig oplopen zoals in het Poolse Wroclaw waar een zwangere vrouw beviel van een levende baby nadat zij 55 dagen  kunstmatig in leven werd gehouden na hersendood te zijn verklaard. Deze berichtgeving over dit gebeuren werd onder andere gedaan door de NOS op 17 april 2016. 

Wat kunnen doodverklaarde mensen;

  • De celdeling gaat gewoon door, wonden kunnen herstellen.
  • Ze kunnen reageren op medicijnen en vaccinaties..
  • Ze kunnen toegediende voedingsstoffen en vloeistoffen verwerken.
  • Ze kunnen afvalstoffen zoals urine en ontlasting uitscheiden.
  • Een zwangere vrouw kan na maanden een levend kind baren.
  • Een man kan een erectie krijgen.
  • Ze kunnen reageren op extreme pijn bij de uitname-operatie, zoals de zogenaamde Lazarus reflex. Dit komt in 75% van de gevallen voor volgens Dr. Paolo Bavastro (pagina 67 t/m 71 bijgevoegd boek “Wat je over orgaandonatie zou moeten weten” door Ger Lodewick).
  • Ze kunnen de door beademing ingebrachte lucht volledig verwerken, nemen  zuurstof op en voeren de koolstofdioxide af waardoor het lichaam inclusief de (geblesseerde) hersenen wordt voorzien van zuurstofrijk bloed.
  • Ze kunnen koorts ontwikkelen, een natuurlijke reactie om het lichaam te genezen van schadelijke bacteriën.
  • De organen die voor het hersenletsel normaal werkten, werken nu ook normaal door.
  • Sommige doodverklaarde mensen kunnen horen wat er in hun omgeving werd gezegd (pagina 33 en 38 bijgevoegd boek “Wat je over orgaandonatie zou moeten weten” door Ger Lodewick).
  • En tenslotte kunnen naar verwachting 60% van deze mensen bij een juist ingezet genezingsplan herstellen, aldus Dr. J.B. Shea uit Canada en Dr. Yoshio Watanabe uit Japan (pagina 62-63 bijgevoegd boek “Wat je over orgaandonatie zou moeten weten” door Ger Lodewick). Als dit aantal royaal geschat is, dan is de helft ook nog een mooi resultaat.

Beademd worden betekent niet dat de hersenen permanent zijn uitgevallen maar is  een levensondersteuning voor de situatie waarin de patiënt zich bevindt.
Overzicht van uitspraken van artsen en verpleegkundigen waaruit blijkt dat de beoogde orgaandonor nog in leven is tijdens de uitname-operatie.
1.1       Dr. Edwin Kompanje, Nederlands arts en gepromoveerd op het onderwerp hersendood, gaf tijdens een interview een omschrijving van patiënten die hersendood zijn verklaard;
Zulke patiënten zijn naar mijn mening niet volledig overleden, maar verkeren wel in een onomkeerbare stervensfase. Er zijn nog allerlei lichaamsfuncties intact waarvan we in andere omstandigheden, bijvoorbeeld na een hartstilstand, zeggen: als die er zijn, is zo iemand nog in leven.”
Bijlage interview d.d. 6 -11-2012 afgenomen door Wim van Hengel
Een heel bijzonder antwoord voor een arts:  niet volledig overleden en verkeren in een onomkeerbare stervensfase. De dood is dus nog niet ingetreden. En toch wordt de beoogde orgaandonor op basis van de diagnose hersendood doodverklaard en gaat nog-niet-volledig-overleden naar de operatiekamer voor een uitname-operatie zonder narcose. Onomkeerbaar is een veronderstelling van Dr. Kompanje die regelmatig onjuist blijkt te zijn geweest, maar dat terzijde (zie de punten 1.8, 1.9, 1.10, 1.11 en 2.3 in deze brief).
1.2       In het bijgevoegde boek van Ger Lodewick “Wat je over orgaandonatie zou moeten weten” (pagina 95, 96 en 97) het volgende artikel:
Naar aanleiding van een gevoerde discussie over orgaandonatie reageert de heer Van der Sande (gefingeerde naam vanwege de privacy) per e-mail aan de heer Lodewick.
In zijn e-mail schrijft hij: “de mensen die voor orgaantransplantatie (hij bedoelt hier orgaandonatie) in aanmerking komen, zijn altijd mensen die direct zullen overlijden na het stoppen van de beademing.”
De heer VdS bevestigt hier juist datgene wat ik beweer, nl. iemand die hersendood is verklaard en daarmee dood is verklaard wordt door middel van machines in leven gehouden en leeft nog. Hij/zij overlijdt zodra de machines worden afgesloten en dat gebeurt nadat de organen zijn uitgenomen. Zonder het zich te realiseren bevestigt hij de werkelijke situatie. De uitname van organen vindt plaats voor het werkelijke overlijden. De heer VdS beschrijft zijn werkveld en geeft daarmee te kennen dat hij een kundig verpleger is.
1.3       Dr. Pim van Lommel, cardioloog:
Bij patiënten met de diagnose hersendood is (bij een juiste diagnose) de functie van de hersenen onherstelbaar beschadigd, maar 97% van het lichaam levend en wordt met uitgebreide medicatie en zuurstof in leven gehouden, omdat men levende en goed functionerende organen nodig heeft voor een transplantatie. Het lichaam is dus niet dood. De interactie tussen bewustzijnsvelden en de hersenen kan dan verbroken zijn, maar je weet nooit of dit definitief of tijdelijk is. Die mens leeft nog”.
Zie pagina 74 t/m 76 bijgevoegd boek “Wat je over orgaandonatie zou moet weten” door Ger Lodewick.
Verder: “een hersendode is niet dood maar stervend en zijn lichaam wordt in leven gehouden om zijn organen goed functionerend en zo bruikbaar mogelijk te houden voor eventuele transplantatie.”Bijlage:  pagina 10 boek “Ongestoord Sterven” door Renate Greinert
Niet dood maar stervend, deze omschrijving sluit aan bij de omschrijving van Dr. Kompanje.
Dr. Pim van Lommel schreef het voorwoord in de boeken van Ger Lodewick en Renate Greinert, daarnaast publiceerde Van Lommel het werk ‘Eindeloos bewustzijn’.
1.4       Dr. Paolo Bavastro, internist en cardioloog in Stuttgart:
het is absurd om de bewegingen die een orgaandonor op de operatietafel maakt  (spinale reflexen, Lazerusreflexen) weg te redeneren als een teken van dood. Dit is te gek voor woorden. Deze reflex komt bij 75%  van de patiënten voor. Reflexen zijn verschijnselen  die behoren bij het reactievermogen van een levend mens” en verder: “Hersendood is een bedenksel dat niets te maken heeft met de vraag of iemand echt dood is”.
Zie pagina 69 t/m 71 bijgevoegd boek “Wat je over orgaandonatie zou moet weten” door Ger Lodewick.
1.5       Dr. David J. Hill, leidinggevend anesthesist Addenbrooke’s Hospital, Cambridge GB, een centrum waar onder andere levertransplantaties worden gedaan:
van dertien anesthesisten weigeren zeven om mee te werken aan orgaanuitnames. Met hun kennis over leven en dood kunnen ze het niet met hun geweten verenigen dat ze orgaandonoren onder narcose brengen als levende patiënten, dat ze zelfs pijnstillers toedienen, omdat de donoren net zo reageren als levende patiënten die pijn hebben en bij wie de narcose niet sterk genoeg is.”
Bijlage:  pagina 106 t/m 107 boek “Ongestoord Sterven” door Renate Greinert
Anders dan in GB wordt in Nederland geen narcose toegediend (zie interview Kompanje d.d. 6-11-2012). Een aantal hersendode patiënten lijdt duidelijk pijn tijdens de uitneemoperatie is de conclusie van Dr. Hill. Pijn lijden is een signaal van aanwezig leven. Iemand die werkelijk is overleden kent geen pijn meer.
Dr. David J. Hill verklaart in het boek “Wat je over orgaandonatie zou moet weten” van Ger Lodewick het volgende: ”Levende organen kunnen alleen uit levende lichamen gehaald worden. Hart,  longen, lever, nieren en pancreas moeten worden  uitgenomen, terwijl de levensondersteunende maatregelen volop doorgaan en de kenmerken van leven volop aanwezig zijn”. Verder “Mensen zijn verre-van-volledig geïnformeerd als ze toestemming geven,  en de druk wordt alsmaar opgevoerd waardoor dit soort toestemming in stand wordt+ gehouden”. En “… het hart klopt, het bloed circuleert door het lichaam, er is ademhaling, spijsvertering, ontlasting en zelfs zwagerschap ontwikkelt zich verder
Zie Pagina 60 t/m 62 bijgevoegd boek “Wat je over orgaandonatie zou moet weten” door Ger Lodewick
Dr. Evans en Dr. Hill hebben naast nog een aantal gerenommeerde artsen meegewerkt aan het wereldwijde onderzoek naar de gang van zaken bij orgaanuitname en de uitkomst is beschreven in de publicatie “The Nasty Side of Organ Transplanting, the Cannabalistic Nature of Transplant Medicine.” Norm Baber, Adelaide 2007.
Uit deze publicatie:
Pagina 8/9 als bijlage
An invented death (een bedachte dood)
The fact that the donor’s body, if mechanically  ventilated was digesting and absorbing food, urinating, defecating, filtering blood through the kidney’s and liver, healing itself when injured, maintaining body temperature (and perhaps, a foetus in utero) meant nothing. He or she was declared “brain death” and operated upon to remove their heart while still in that condition. This killed the donor, but legally it was okay.”
(Het feit dat het lichaam van de donor werd beademd, voedsel kon verteren, plaste, zich ontlastte, bloed filterde door de nieren en de lever, haar wonden genas, lichaamstemperatuur reguleerde en mogelijk een ongeboren kind bij zich droeg betekende niets. Hij of zij werd hersendood verklaard en zo werd het hart uitgenomen wat de dood van de donor tot gevolg had. Wettelijk was het toegestaan.)
1.6       Dr. Paul A. Byrne, kinderarts en neonatoloog in ruste:
U hebt waarschijnlijk veel positieve publiciteit gehoord over orgaan- en weefseldonatie, informatie die wordt verstrekt door medische professionals die nauw betrokken zijn bij het doorgeven van de “gift van het leven”. Men laat ons bewust geloven, dat de donor al echt dood is, voordat organen of weefsel worden weggenomen. Men laat met opzet weg, dat een donor de noodzakelijke procedure levend moet ondergaan. Het is de verwijdering van de vitale organen waaraan de schenker overlijdt!”
Bovenstaande woorden zijn de inleidende tekst op het op internet geplaatste verklaring met Dr. Byrne.
Verder op de pagina kunnen we lezen:
De waarheid van de afschuwelijke behandeling en de dood van de donor.
De patiënt krijgt geen verdoving. Het operatief weghalen van meerdere organen duurt gemiddeld, drie tot vier uren, terwijl het hart klopt, de bloeddruk en ademhaling normaal zijn, al is het met behulp van een machine. Nadat elk orgaan zorgvuldig is weggesneden wordt uiteindelijk het kloppende hart stopgezet, juist voordat ook dat orgaan wordt verwijderd.
Het is een goed gedocumenteerd feit, dat de hartslag en de bloeddruk direct omhoog gaan, wanneer de eerste incisie in de hersendode patiënt wordt gemaakt. Dit is precies dezelfde reactie die een anesthesist ziet bij een gewone patiënt die tijdens een normale operatie te weinig anesthesie heeft toegediend gekregen. Maar, zoals eerder gezegd, orgaandonoren krijgen geen anesthesie toegediend.
Er steken steeds meer protesten van verpleegkundigen en anesthesisten de kop op, die reageren op de bewegingen van een verondersteld “lijk” tijdens de operatie. De bewegingen zijn soms zo hevig dat het onmogelijk is geworden om door te gaan. Als gevolg van hun persoonlijke ervaringen hebben vele professionals in de medische wereld hun naam van het donorregister laten schrappen en hebben twijfels over hersendode donoren, of zij werkelijk dood zijn of niet
”.
Dr. Byrne geeft wereldwijd lezingen over de werkelijkheid rond orgaandonatie.
Bijlage: www.wijwordenwakker.org/content.asp?m=P2002
1.7       Dr. David Wainwright Evans uit GB verliet zijn post als arts aan het gerenommeerde Papworth Hospital in Cambridge omdat hij niet langer mee wilde werken aan het verwijderen van harten en andere organen uit levende lichamen. Tijdens zijn observaties bij hartverwijderingen ontwikkelde hij de vaste overtuiging dat ‘hersendode’ patiënten stervende zijn. Hij was niet in staat zijn collega’s en de directie van het ziekenhuis ervan te overtuigen dat orgaanuitname daarom gewoon niet kan.
Hij vreesde de dag dat zijn kleinkind hem zou vragen of hij had meegewerkt aan het verwijderen van organen uit levende lichamen en verliet de kliniek.
Bijlage: pagina 98 t/m 106 boek “Ongestoord Sterven” door Renate Greinert
Verder vertelt hij “het fundamentele probleem is dat je geen organen kunt transplanteren van een echte dode. Vandaar ook de pogingen om ‘dood’ opnieuw te definiëren om transplantatie maar mogelijk te maken. Al die definities – de neurologische en de recente over het ontbreken van bloedcirculatie in de hersenen – zijn niet meer dan verzinsels om transplantatie te legaliseren”.
Zie pagina 57 t/m 60 bijgevoegd boek “wat je over Orgaandonatie zou moet weten” door Ger Lodewick
1.8       Opmerking van xxxx op internet over het vaststellen van de hersendood en de  daarmee gekoppelde doodverklaring van haar buurvrouw:
Mijn buurvrouw was hersendood verklaard en zou in aanmerking komen voor orgaan donatie. Ze wilden die dingen gaan regelen toen bleek dat ze ons kon verstaan. Ze gaf antwoord op vragen met behulp van kneepjes in de hand. En op een gegeven moment in het gesprek kreeg ze tranen in haar ogen. Mijn ouders hebben dit verteld tegen de artsen waardoor de donatie niet doorging. Maar wat zou er gebeurd zijn als mijn ouders niet zo alert waren geweest? Ik heb altijd ingeschreven gestaan als donor, maar ben er wel even over na gaan denken
Zonder de opmerkzaamheid van de moeder van xxxx was de buurvrouw zo naar de operatiekamer gegaan waar zij levend zou zijn ontdaan van haar organen. Orgaandonatie na het overlijden zou hier duidelijk niet aan de orde zijn geweest.
1.9       Opmerking van xxxx op internet waar hij verhaalt over een incident waar een familielid van hem bij was betrokken:
MD (doctor of medicine?) geeft een technische uitleg over het begrip hersendood maar de praktijk is blijkbaar weerbarstiger. Ook ondergetekende heeft een totaal andere ervaring in zijn familie waarbij de drie door MD geponeerde criteria voor hersendood losjes werden opgevat om maar zo snel mogelijk de organen uit te kunnen nemen. Gelukkig is mijn familielid nog steeds in leven én in goeden doen. Er is dus een evident verschil tussen de theorie en de praktijk
1.10     Jan Kerkhoffs werd in 1992 geopereerd aan een hersentumor. Na complicaties na de operatie raakte hij in een diep coma en werd ‘klinisch dood’ verklaard. Aan de hand van de toen geldende normen werd hij hersendood verklaard. Aan de familie werd de donatievraag gesteld. De familie gaf geen toestemming, zij wilden hem rustig laten sterven. De behandeling werd gestopt. Ondanks dit overleed Jan niet, na een week kwam hij weer bij bewustzijn. Na intensieve revalidatie is Jan weer geheel hersteld. We kunnen hier constateren dat er geen sprake zou zijn geweest van orgaandonatie na het overlijden.
Zie pagina 33 t/m 34 bijgevoegd boek “Wat je over orgaandonatie zou moet weten” door Ger Lodewick
1.11 In 2005 kreeg xxxx de diagnose hersendood en werd haar familie om toestemming gevraagd voor orgaandonatie (zij stond geregistreerd als orgaandonor voor van alles). Haar vader gaf toestemming omdat het haar wens was. Dankzij haar zusje -die na een emotioneel gesprek bij haar bed het idee had dat xxxx reageerde- leeft xxxx nog. Na extra controle spraken ze van een ‘wonder’. “Het voelt heel eng - alsof ik mogelijk eerder werd opgegeven- omdat mijn lijf voor anderen meer waard was en dat het ook anders had kunnen lopen” beschrijft xxxx de ervaring. Inmiddels is xxxx bezig met haar 2de  universitaire Master en functioneert mentaal prima.
Er had zou geen sprake van orgaandonatie na het overlijden zijn geweest.
Bijlage:  e-mail van xxxx aan xxxx

Overzicht van gevallen waaruit blijkt dat het donorregister al wordt geraadpleegd voordat de patiënt is overleden.
2.1       xxxx kreeg op 26 februari 2011 in de avond een ongeluk met haar scooter. Ze reed tegen een stilstaande auto aan en werd na het ongeval terplekke gereanimeerd. Ze werd naar het ziekenhuis in xxxx gebracht en vervolgens naar het ziekenhuis in xxxx waar ze in de IC werd opgenomen. xxxx was net 18 jaar geworden en had geen keuze kenbaar gemaakt in het donorregister.  Uit de verklaring van haar moeder blijkt dat xxxx  nooit hersendood is verklaard, dus niet dood was verklaard en !!! leefde. In die periode werd er op de familie intens veel druk uitgeoefend om xxxx als orgaandonor beschikbaar te stellen. Uit de verklaring van de moeder blijkt duidelijk dat de donatievraag al ver voor het overlijden werd gevraagd, dat er dus allang in het register was gekeken omdat bekend was dat xxxx niets had ingevuld. Hier is geen sprake geweest van raadpleging van het donatieregister na het overlijden zoals wel staat vermeld op de door mij gewraakte website.
Bijlage:  brief van de moeder.
2.2       Erik (gefingeerde naam)  kreeg in 1990 een hersenbloeding. Per ambulance werd hij vervoerd naar het Bronovo ziekenhuis in Den Haag. Bij aankomst van de echtgenote van Erik werd haar verteld dat er geen enkele kans meer was voor Erik. Hij werd kunstmatig beademd en kreeg vocht via een infuus. Terwijl het volledige hersendood protocol nog niet was uitgevoerd werd aan zijn echtgenote verteld dat Erik hersendood was. Tijdens dit gesprek werd er meegeluisterd door een mevrouw die achteraf een transplantatiecoördinatrice bleek te zijn. Na veel aandringen nam de echtgenote van Erik uiteindelijk het besluit Erik vrij te geven als orgaandonor. Het gesprek dat met de echtgenote werd gehouden was op 13 februari. Tijdens dit gesprek werd haar verteld dat Erik hersendood was en dus ook dood. De uitname-operatie heeft plaatsgevonden op 14 februari. In de overlijdensverklaring staat als overlijdensmoment 14 februari om 10.00 uur vermeld. Dit komt dus niet overeen met de vaststelling van de dood naar aanleiding van de veronderstelde hersendood.
Bron:  pagina 122 t/m 125 bijgevoegd boek “Wat je over orgaandonatie zou moeten weten” van Ger Lodewick.
2.3       Opmerking van xxxx op internet over het incident waarbij haar zusje in coma lag en de coördinators orgaandonatie reeds vóór het vaststellen van de hersendood bij het doodzieke zusje van xxxx langskwamen en niet na het overlijden zoals conform de wet zou moeten gebeuren:
Xxxx Er staat dat er pas gebeld wordt als iemand overleden is, gelul! Mijn zusje lag in een coma, waar zij overigens helemaal goed is uitgekomen, en ze stonden aan haar bed te poppelen om haar leeg te roven. Ze zijn wel vier of vijf keer langs geweest en alle keren hebben ze hetzelfde te horen gekregen. Zijn gewoon aasgieren. Mij niet gezien.
Xxxx Tinne, precies zoals ik het ervaren heb! Wij wilde het alleen pertinent niet en gelukkig want ze hadden zo weinig hoop dat ze er uit zou komen dat ik bang ben dat ze haar hadden 'leeggeroofd' als we ja gezegd hadden. Terwijl als je haar nu ziet, je nooit verwacht dat ze er bijna niet meer was. Vind het verschrikkelijk om te lezen dat u dit met uw dochter mee gemaakt heeft!!!!
2.4       In het boek “Wat je over orgaandonatie zou moeten weten” van Ger Lodewick wordt op pagina 88 t/m 90 door een anesthesioloog (xxxx) een donatieprocedure beschreven. Hij vertelt over een 58-jarige man die thuis plotseling buiten bewustzijn raakte.
Neurologisch onderzoek leidt tot de conclusie dat er sprake was van een hersenstaminfarct. Al snel rees het vermoeden dat er sprake was van hersendood. Daarom werd de transplantatiecoördinator geconsulteerd. Het donorregister werd geraadpleegd. Daaruit bleek dat daarin geen gegevens van de patiënt waren opgenomen. Daarom werd de partner van de patiënt gevraagd om toestemming in gang te zetten van de donatieprocedure. (Het is gebruikelijk wanneer orgaandonatie wordt overwogen, dat eerst het register wordt geraadpleegd voordat aan de familie om toestemming wordt gevraagd). Ondertussen werd een niet bij de behandeling betrokken neuroloog geconsulteerd ter bevestiging van de diagnose hersendood.”
Uit voorgaande tekst blijkt dat het register werd geraadpleegd voordat de hersendood was vastgesteld en niet na het overlijden zoals in de door mij gewraakte website staat.  Op basis van een vermoeden van hersendood werd het donorregister al geraadpleegd en niet na het door de neuroloog ingestelde onderzoek. Verder leest u in de beschrijving hoe de verzorging van de doodverklaarde man doorging als zijnde iemand die in leven was.
2.5       In 2012 kreeg Sjoerd (gefingeerde naam) een hersenbloeding, terwijl hij nog maar net in het ziekenhuis was opgenomen kwam de neuroloog de familiekamer en zei kort: ”de zaak is hopeloos. Keurt u het goed dat uw man orgaandonor wordt?” Sjoerd had met zijn vrouw afgesproken dat zij de keuze zou maken of hij ooit orgaandonor zou worden. Er stond dus geen JA in het register. Sjoerd was nog in leven en de diagnose hersendood was nog niet gesteld.  Toch werd de familie al met de donorvraag geconfronteerd. Geen raadpleging van het donorregister na het overlijden zoals op de door mij gewraakte website staat vermeld. Verder stelt de vrouw van Sjoerd in dit artikel ernstig af waarom ze haar man voor orgaandonatie beschikbaar heeft gesteld
Zie Pagina 118 t/m 122 bijgevoegd boek “Wat je over orgaandonatie zou moet weten” door Ger Lodewick

Ik hoop dat u als voltallige commissie voldoende informatie heeft om de door mij voorgelegde klacht te beoordelen. Uiteraard ben ik bereid om een mondelinge toelichting te geven. Heb ik u voldoende duidelijk kunnen maken dat er geen sprake is van orgaandonatie na het overlijden en dat de voorlichting zoals hij wordt gegeven wel die indruk wekt bij het gros van de Nederlanders? En dat dàt de essentie van mijn klacht is.

Ik zie uw onafhankelijke uitspraak met vertrouwen tegemoet.

Annet Wood, beeldend kunstenaar
Westeinde 256 1647ML Berkhout (NL)
+31 229 553007
artberkhout@gmail.com

Facebook icon
Twitter icon
YouTube icon
LinkedIn icon