Annet Wood

Beeldend Kunstenaar

vaststelling hartdoodprotocol bij orgaandonatie

2 mei, 2019 - 08:29 -- Annet Wood

Aan de leden van de Tweede Kamer der Staten Generaal
Via de griffier
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

(In afschrift aan de leden van de Nederlandse pers)

Berkhout, 1 mei 2019

Onderwerp: Wetsvoorstel 35161
Wijziging van de Wet op de orgaandonatie in verband met het voorzien in een wettelijke grondslag voor de protocollen voor vaststelling van de dood op grond van circulatoire criteria en enkele andere wijzigingen

Geachte leden,
Bovengenoemd wetsvoorstel ligt ter beoordeling aan u. De inhoud roept ernstige vraagtekens bij ons op. Wij vragen u dringende aandacht voor enkele verbeterpunten, maar kijken ook naar de samenhang met het hersendoodprotocol dat eveneens tekort schiet.

Ten eerste dient duidelijk te worden vastgesteld voor wie het protocol zal gaan gelden, dat zijn:
1. Mensen die met ernstig (hersen)letsel in een ziekenhuis zijn opgenomen, daarom moeten worden beademd, die in een diep coma liggen en bij wie de hersendood niet kon worden vastgesteld of waarvan de familie geen toestemming heeft gegeven voor orgaandonatie op basis van de hersendood.
2. Mensen die in een ziekenhuis zijn overleden aan de gevolgen van een hartstilstand en niet met succes konden worden gereanimeerd.
3. Mensen die hun organen willen doneren gelijktijdig met het laten uitvoeren van vrijwillige euthanasie.
Geen van deze mensen is hersendood. Deze niet-hersendode patiënten overlijden geregisseerd. Na afsluiten van de levensondersteunende machines van de patiënten uit de eerste en tweede groep moeten zij binnen twee uur overlijden, anders mogen ze niet meer als donor worden ingezet. Na dit ‘overlijden’ wordt de vijf minuten “no-touch” aangehouden.
Indien ook de longen worden gedoneerd dan wordt de patiënt na de vijf minuten no-touch periode weer aangesloten aan de beademing . Dit opnieuw aansluiten op de beademing na de no touch-periode geschiedt ook in Engeland bij hartdooddonatie volgens de NRP-mehode (Normothermic Regional Perfusion). Hierbij wordt het hart in de donor weer op gang gebracht (en wordt de cerebrale circulatie afgesloten).
In het artikel ‘Terug van weggeweest: donatie na circulatiestilstand’ (Medisch Contact, 18 april 2019) wordt opgemerkt dat in Nederland ‘vooralsnog alleen de DPP-procedure (Direct Procurement and Perfusion)’ zal worden toegepast. Hierbij wordt het hart ‘na overlijden uit de donor genomen en buiten het lichaam weer op gang geholpen met behulp van machineperfusie’. Als gesproken wordt van ‘vooralsnog’ is zeker niet uit te sluiten dat er ook ruimte kan komen voor de NRP-methode, zoals ook in Engeland waar beide methodes (DPP en NRP) naast elkaar worden toegepast.

Het nieuwe protocol naar aanleiding van Wetsvoorstel 35161 zal voor grote verandering zorgen in het donatieproces en absoluut grote gevolgen hebben voor de donor als dit protocol niet zorgvuldig wordt opgesteld.

De volgende vragen dienen beantwoord te worden:
1. In Kamerstuk 35161 nr. 3 is de volgende tekst opgenomen:
“Vervolgens moet na deze vaststelling een observatieperiode van vijf minuten in acht worden genomen waarbij niet mag worden geïntervenieerd (hierna: no-touch tijd). Dit tijdsverloop is nodig om spontaan herstel van de circulatie en ademhaling uit te sluiten. Indien zodanig herstel binnen de voorgeschreven vijf minuten uitblijft, is sprake van onomkeerbare afwezigheid van circulatie en ademhaling en wordt de dood vastgesteld”.
De vraag is: Op welke wijze wordt de circulatiestilstand vastgesteld? Via echocardiografie en een arterielijn of palpatoir/percutoir (pols voelen, hart beluisteren met stethoscoop, bloeddruk sfygmo-manometrisch vastgesteld)? In het laatste geval kan er namelijk sprake zijn van een niet vast te stellen laag hartminuutvolume, hetgeen wil zeggen dat er toch nog enige circulatie is ofwel: geen circulatiestilstand.
De meest zekere methode voor het vaststellen van een circulatiestilstand is dus via een arterielijn. Het inbrengen van de arterielijn betekent wel een vorm van belasting voor de persoon die afgekoppeld wordt van de beademing (en dan het proces van sterven ingaat). Is dit ethisch gezien een goede procedure?

2. Is het echt zo dat de hersenen 5 minuten na de no-touch-periode onherstelbaar beschadigd zijn? Voor reanimatie wordt meestal een kritische periode van 4-6 minuten aangegeven; in werkelijkheid blijkt herstel van de hersenfunctie mogelijk na 8-10 minuten circulatiestilstand.
De vermelding in het Modelprotocol postmortale orgaan- en weefseldonatie ‘Deze zogeheten no-touch-periode garandeert hersendood’ (versie 2016) en ‘Pas na de 5 minuten no-touch tijd kan de dood definitief worden vastgesteld’(versie april 2019) is dus onjuist.
Eigenlijk zou het beter zijn een no-touch-periode van minimaal 10 minuten in te voeren. In Italië neemt men een no-touch-periode van 20 minuten in acht.

3. Is het bij de voorgestelde DCD-procedure (Donation after Cardiac Death) niet evenzeer als bij de DBD-procedure (Donation after Brain Death) noodzaak de prealabele voorwaarden te hanteren?
Bij bijvoorbeeld hypothermie is geen circulatiestilstand met zekerheid vast te stellen. Daartoe dient de temperatuur eerst op die van de normale lichaamstemperatuur gebracht te worden.

4. Wordt bij de hersendooddiagnostiek, zo ook bij de diagnostiek van circulatiestilstand, wel een goede grenstemperatuur gehanteerd?
In het Hersendoodprotocol staat vermeld: ‘Voor een betrouwbare hersendooddiagnostiek moet de (centrale) lichaamstemperatuur boven de 32°C zijn gebracht.’
Bij de prealabele voorwaarden wordt zeer duidelijk gesteld dat er bij de diagnostiek geen sprake mag zijn van hypothermie (onderkoeling). Feit is dat er reeds bij een kerntemperatuur van 35 graden Celsius sprake is van hypothermie.
Dit klopt dus niet! In Groot Brittannië bedraagt de minimale lichaamstemperatuur, waarbij pas getest mag worden, 34 °C, in Zuid Afrika 35 °C, in de staat New York 36 °C. Een minimale lichaamstemperatuur van 36 °C is zonder meer te verkiezen voor zowel het hartdoodcriterium als het hersendoodcriterium bij een zorgvuldige vaststelling van normen.
Ik vraag hiervoor uw dringende aandacht.

5. Een vraag betreffende het huidige artikel 12 in de WOD
Kinderen kunnen vanaf hun 12de jaar zelf hun keuze in het donorregister op nemen. Hun NEE mag door niemand worden overruled. Hun JA mag door de ouders c.q. voogden t/m het 15de jaar worden overruled. Indien de ouders NIET bereikbaar zijn, dan mogen de artsen de organen verwijderen bij deze kinderen zonder de ouders te consulteren.
Blijft dit artikel in de nieuwe WOD bestaan?

6. algemene vraag
Er hebben ons enkele opmerkingen bereikt over fouten in het donorregister. Burgers hebben geconstateerd dat hun gedane vermelding uit het register is verdwenen ( ). Bij het omzetten van registers kunnen fouten ontstaan. Met name in Groot Brittannië zijn daarmee ernstige fouten gemaakt.
Welke maatregelen gaat u treffen om er voor te zorgen dat het donorregister ‘veilig’ wordt?

Een aantal Kamerleden heeft in het verleden aangeven nog eens kritisch naar de WOD te kijken als het onderwerp weer actueel is. Dat moment is nu aangebroken.
Wij benadrukken met klem dat het begrip hersendood wereldwijd ter discussie staat. Recent is vastgesteld dat de hersendood omkeerbaar is. Daarnaast heeft Dr. Kim Santegoets van de Leijpark kliniek in Tilburg in een documentaire bekend gemaakt dat 85% van de mensen met ernstig hersenletsel weer bij kennis kan komen en dat 65% van de mensen met ernstig hersenletsel die door haar collega’s zijn opgegeven weer volledig kunnen herstellen .
In hoofdstuk 3 van de WOD wordt gesproken over orgaandonatie ‘na overlijden’, daarna wordt die term in meer artikelen van de WOD gebruikt. De Reclame Code Commissie en de Commissie van Beroep hebben uitspraak gedaan over het begrip ‘na overlijden’ (dossiers 2016-00445, 2016-00960 en 2017-00354). In lijn hiermee ligt het gebruik van de term ‘beademd stoffelijk overschot’ in de WOD. Ook op de website www.rijksoverheid.nl wordt ten onrechte gesproken over een overleden donor. Met deze termen wordt de indruk gewekt dat de patiënt is overleden en dat is onjuist. Het gaat hier om een mens die in leven wordt gehouden om zijn of haar organen te doneren en zal overlijden door de uitname van de organen. Ook op de website donorregister.nl wordt weer ten onrechte vermeld dat iemand ‘bij overlijden” de donorvraag krijgt voorgeschoteld.

Het verdient aanbeveling om de wetteksten hier op aan te passen.

Hoogachtend

Annet Wood, beeldend kunstenaar
Westeinde 256 1647ML Berkhout (NL)
+00(31)637125748
artberkhout@gmail.com

Facebook icon
Twitter icon
YouTube icon
LinkedIn icon